NOI Projectenboek Bladeren door het NOI Projectenboek?

Vera Pieterman, projectleider ministerie van OCW

Slimmer onderwijs

Als gevolg van de vergrijzing wordt in het onderwijs een groot lerarentekort verwacht. Vacatures zijn straks niet meer op te vullen. Lessen vallen uit en klassen worden onacceptabel groot.

"Om het beroep van leraar interessanter te maken, doet het kabinet al veel aan de beloning. Maar salarisverhoging alleen is niet voldoende. Met de InnovatieImpuls Onderwijs zoeken we samen met scholen naar andere manieren van werken, waarmee je met minder docenten dezelfde kwaliteit kunt leveren, zonder dat de werkdruk omhoog gaat. Scholen kunnen met die nieuwe werkvormen experimenteren. Denk aan de inzet van onderwijsassistenten, van ICT, of van leerlingen die docenten helpen. Of aan een andere organisatie van het werk, waardoor er minder tijd gaat zitten in verantwoording en het maken van rapportages. De definitie van innovatie is in dit geval breed: hoe organiseer je je werk en de secundaire processen en welke middelen zet je daarbij in?"

"De InnovatieImpuls is niet simpelweg een subsidieregeling. We willen het vermogen van scholen vergroten om zelf te innoveren en concepten te ontwikkelen voor de aanpak van het lerarentekort. Daarvoor creŽren we de voorwaarden, onder meer door het opheffen van belemmeringen om te innoveren. Ten eerste zijn er organisaties, Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) en Kennisland, die de scholen met hun kennis ondersteunen. Zij organiseren bijvoorbeeld bijeenkomsten om van gedachten te wisselen over de innovaties. Er is een kring van 'kritische vrienden', adviseurs en experts die de scholen kunnen ondersteunen bij het (door)ontwikkelen en invoeren van hun innovatieconcept. Verder is het belangrijk scholen het gevoel van urgentie te geven. In het Netwerk Onderwijsinnovatie zitten enkele aanjagers, onder wie Alexander Rinnooy Kan en Robbert Dijkgraaf, die zich hiervoor inzetten. Met wetenschappelijk onderzoek verzamelen we ten slotte kennis over wat effectief is."

"De scholen ontwikkelen veel ideeŽn. Opvallend is dat de reikwijdte van de innovaties nog beperkt is. Het gaat niet om grote, integrale veranderingen. De innovaties staan nog teveel op zichzelf. Daarom stimuleren we dat scholen samenwerken bij de ontwikkeling van innovaties. In 2014 zullen we de eerste wetenschappelijk onderbouwde kennis hebben over welke innovaties effectief zijn om het lerarentekort te verminderen. En ik ben blij als scholen zich er dan van bewust zijn dat ze zelf kunnen innoveren en dat ze door het samenwerken met andere scholen elkaar kunnen inspireren."

Project:
Maatschappelijke Innovatie Agenda Onderwijs - InnovatieImpuls Onderwijs
Doel:
Vermindering van het lerarentekort met innovatie
Looptijd onderzoeksopdracht:
2009 - 2014
Samenwerkingspartners:
Stichting Nederland Kennisland, de PO-raad, de VO-raad, Aob en CNV Onderwijs
Meer informatie:
www.innovatieimpulsonderwijs.nl

"De echte innovatie zit 'm in een mentaliteitsverandering"

Chris Sigaloff is vice-voorzitter van Kennisland, de stichting die samen met het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) de InnovatieImpuls Onderwijs leidt. Wat komt er kijken bij de praktische uitvoering van de InnovatieImpuls? "We zorgen dat scholen met innovaties kunnen experimenteren."

Hoe ben je begonnen met de uitvoering?

"De start van de InnovatieImpuls was bijzonder. Bij innovaties in het onderwijs bedenkt de overheid doorgaans een regeling, waarvoor scholen zich kunnen inschrijven. Nu hebben we het anders gedaan. Dat komt omdat we de vraag wel kennen - hoe lossen we het lerarentekort op? - maar niet het antwoord. Voor het oplossen van dat tekort bestaat niet ťťn innovatie. Met de InnovatieImpuls laten we de scholen zelf nadenken over antwoorden die bijdragen aan het oplossen van het lerarentekort."

Hoe gaat dat in de praktijk?

"In september 2009 zijn we begonnen met brainstormbijeenkomsten. Aan wat voor oplossingen denken de scholen? Wat vinden zij kansrijke initiatieven? Uit deze oriŽntatiefase zijn veel ideeŽn gekomen. Scholen die met vergelijkbare ideeŽn kwamen, hebben we gestimuleerd samen te werken. Uiteindelijk zijn er 45 concepten ontwikkeld, waarvan een jury er vijf heeft uitgekozen: Slim Fit, E-klas & PAL-student, Leerlingen voor Leerlingen, Teams met ondersteuners, en Videolessen. Op die concepten mogen scholen zich inschrijven."

Was je verrast door deze uitkomsten?

"Zeker. Vaak wordt gezegd dat het onderwijs niet wil vernieuwen en lastig in beweging te krijgen is. Wij kwamen met een boodschap die niet heel erg sexy was: er komen minder leraren, de kwaliteit van het onderwijs moet gelijk blijven en de werkdruk mag niet stijgen; willen jullie even meedenken? Maar ik werd verrast door de bereidheid van de scholen om te innoveren en samen te werken. Scholen denken meestal vooral aan kwaliteitsverbetering. Natuurlijk, kwaliteitsbehoud of zelfs verbetering is belangrijk. Maar om dit te bewerkstelligen is het ook belangrijk dat scholen nadenken hoe ze hun organisatie en processen effectiever en efficiŽnter kunnen laten werken. De echte innovatie zit 'm in een mentaliteitsverandering: scholen moeten zelf verantwoordelijkheid nemen. De InnovatieImpuls Onderwijs helpt daarbij."

Kun je voorbeelden noemen?

"Een type innovatie dat je veel ziet is functiedifferentiatie. De leraar hoeft niet meer alles te doen. Ook leerlingen kunnen lesgeven: peer to peer teaching. Dat schijnt goed te werken. Bovendien snappen leerlingen de kennis daardoor vaak beter. Maar er zijn ook andere innovatieconcepten. Denk aan ICT en technologische toepassingen, waardoor de leraar niet telkens voor de klas hoeft te staan. Of aan samenwerking, bijvoorbeeld met lokale ondernemers. Of aan andere soorten groepen in plaats van klassen, waardoor je het model 'per klas een leraar' kunt loslaten."

Hebben goede innovaties een olievlekwerking?

"Je ziet dat sommige concepten zich ontpoppen. Veel scholen doen nu iets met peer to peer teaching. Als we weten of en hoe de innovaties werken, willen we ze onder de aandacht brengen van andere scholen en deze innovaties besmettelijk maken. Kennis delen is een belangrijk onderdeel van de InnovatieImpuls. Om de paar maanden willen we vernieuwers uit het onderwijs bij elkaar laten komen in een zogenoemd Innovators Netwerk. Het gaat dan niet alleen om kennis delen, maar ook om elkaar inspireren en zo de innovatiekracht van scholen zelf vergroten."

Wat kun je zeggen over de resultaten?

"In 2014 zijn de resultaten bekend. Een belangrijk onderdeel van de InnovatieImpuls is dat er niet alleen wordt geŽxperimenteerd, maar dat het effect van de experimenten ook wordt gemeten. De InnovatieImpuls wordt gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES, de aardgasbaten). Dat fonds stelt strenge eisen, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek naar de effecten van het programma. In de praktijk is zuiver wetenschappelijk onderzoek doen echter best lastig. Dat komt omdat het onderzoek begrensd is en de innovatieconcepten soms moeilijk meetbaar zijn. Het onderwijs is geen laboratoriumsetting, er spelen zoveel factoren een rol. Desondanks hoopt men in 2014 evidence based te kunnen zeggen: deze aanpak werkt en dit zijn de effecten op het lerarentekort, de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk. Maar als je echte innovaties nastreeft, zijn de consequenties lastig te overzien en ben je vaak dingen aan het meten op basis van de bestaande kennis. Ik noem dat de innovatieparadox. Enerzijds wil je innovatie, anderzijds moet die beheers- en meetbaar zijn."

Heb je desondanks het idee dat scholen willen experimenteren met nieuwe werkvormen en dat ze een gevoel van urgentie hebben?

"Ja, het gevoel van urgentie is zeker aanwezig. Maar scholen worden vooral gedreven door de behoefte te innoveren en te experimenteren en veel minder door de dreiging van een lerarentekort. Dat tekort wordt op veel scholen verschillend beleefd. Op sommige scholen is het niet voelbaar en er zijn zelfs scholen die krimpen omdat er te weinig leerlingen zijn."

Wordt het innovatievermogen voor scholen vergroot met de InnovatieImpuls?

"Dat hoop ik wel. Ik heb vertrouwen in het potentieel dat de scholen zelf hebben. Met heldere boodschappen, goede bijeenkomsten en het delen van kennis kan de InnovatieImpuls dat potentieel ondersteunen. Maar de InnovatieImpuls blijft ook een subsidietraject. Daardoor kunnen scholen zeggen: ik kom gewoon voor het geld. En als een traject te formeel wordt, te veel bureaucratie oplevert en de onderzoekslast te zwaar wordt, dan haken scholen af."

Waar staan we over tien jaar?

"In 2020 heeft de InnovatieImpuls bijgedragen aan een innovatiebeweging. Ze heeft ervoor gezorgd dat scholen met innovaties hebben kunnen experimenteren ťn dat kennis beschikbaar is over wat wel en niet werkt en wat de consequenties zijn. Het gaat om kleine stapjes. En verwacht niet dat er een concept is, dat in ťťn klap het lerarentekort heeft opgelost. Zo'n innovatieconcept bestaat niet."


web: qabana